Geschiedenis van de gemeente Inden
De huidige gemeente Inden is ontstaan als gevolg van de bruinkooldagbouw in Inden. Zowel de deelstaat Noordrijn-Westfalen als de mijnbouwonderneming wilden metblik op de planning van de dagbouw en de hervestiging slechts één gemeente, één gesprekspartner, voor hun „bruinkool”-project.

De gemeente Inden werd op 1 januari 1972 gevormd in het kader van de gemeentelijke herindeling. Zij ontstond uit de toenmalige districten Inden en Lucherberg met hun in totaal 10 zelfstandige gemeenten. Kirchberg, Altdorf, Inden en Pattern behoorden tot het district Inden (19,77 km², 5.370 inwoners) in het district Jülich. Pier, Schophoven, Lucherberg, Luchem, Frenz en Lamersdorf behoorden tot het district Lucherberg (29,41 km²; 5.813 inwoners), in het district Düren.
Het landgoed Merödgen en het landgoed Lützeler waren extraterritoriaal, d.w.z. ze hadden geen ruimtelijke band met de gemeente en behoorden tot het district Langerwehe (gemeente Luchem resp. Langerwehe). De rivier de Inde vormde de geografische en gemeente grens en de grens met de districten Jülich en Düren. Tegelijkertijd was zij de grens tusn de dagbouwmijnen Inden I en Inden II.
De stichting van de gemeente Inden was geen vrijwillige samenvoeging van de daaronder vallende gemeenten. Oorspronkelijk (1967) zouden de gemeenten worden samengevoegd tot een „grote gemeente Inden“ met meer dan 11.000 inwoners. Dit mislukte wegen Kirchberg en Pattern. Kirchberg behoorde vóór 1935 tot de gemeente Koslar. Er was toen al sprake van dat Pattern en Altdorf zouden worden hervestigd, maar niet Inden. Toen in 1968 met de tweede schoolhervorming de verouderde structuren van het schoolsysteem betreffend de achtjarige leerplicht, de klassen met meerdere jaargangen en de confessionele scholen – moesten worden gewijzigd, moesten de twee gemeente actief worden. Er moest een nieuwe middelbare school worden gebouwd en gezamenlijk worden gefinancierd (investeringsvolume 7 miljoen DM). Daarom sloten de gemeenten van beide districten zich op 2 mei 1968 samen tot een schoolverband „Inden-Lucherberg“. Kirchberg en Pattern waren al tot overeenstemming gekomen over onderwijs in respectievelijk Jülich en Aldenhoven; Luchem en Schophoven traden pas in 1969 toe tot het schoolverband. Er bestond echter onenigheid over de vraag waar de toekomstige middelbare school moest komen (aanbouw aan de basisschool Parkschule in Inden, of aan de Merödgener Straße bij de papierfabriek, of in het gebied Gut Merödgen).

Het toenmalige districtsbestuur van Aken eiste vanwege de bruinkoolwinning in dagbouw de locatie in het gebied Merödgen; het ministerie van Binnenlandse Zaken wilde bij de locatiekeuze echter geen rekening houden met de hervestiging van het dorp Inden. Het gemeentebestuur van Inden stelde de „Studie naar de ruimtelijke en structurele ontwikkelingsmogelijkheden van de gemeente Inden“ op. Daarin werd geconcludeerd dat het gebied tussen Frenz-Inden-Lamersdorf-Lucherberg het toekomstige kerngebied met 11.000 inwoners moest worden. Op 25 maart 1971 ondertekenden de gemeenten Lucherberg, Lamersdorf, Frenz, Luchem en Pier, evenals het schoolverband Inden-Lucherberg en het afvalwaterverband Merödgen een overeenkomst tot gebiedsverandering.
Deze voorzag de samenvoeging tot een nieuwe gemeente „Inden“. Er volgden nog meer plannen, zoals die voor een noordelijke en een noordwestelijke gemeente. Deze werden echter verworpen. Op 14 december 1971 keurde het parlement de wet inzake de herindeling van de gemeenten en districten van het herindelingsgebied Aken goed. Deze trad op 1 januari 1972 in werking.
Inden, Altdorf, Schophoven, Pier, Lamersdorf, Frenz en Lucherberg werden samengevoegd tot een nieuwe gemeente met een aanzienlijk kleiner en anders ingedeeld gemeentelijk grondgebied. Deze kreeg de naam INDEN. De districtsbesturen werden opgeheven. Het gemeentehuis in Inden en dat in Lucherberg bleven in gebruik tot de verhuizing naar Inden/Altdorf.
Pattern werd toegewezen aan Aldenhoven, Kirchberg met zijn vier papierfabrieken aan de stad Jülich en Luchem aan de gemeente Langerwehe. De gebieden ten zuiden van de snelweg kwamen toe aan de gemeente Langerwehe; de weinige gebieden van de gemeente Langerwehe die ten noorden van de snelweg lagen, kwamen toe aan Inden. 2.817 inwoners (25%) en 13,26 km² oppervlakte (27%) van de voormalige districten Inden en Lucherberg werden zo verdeeld over de aangrenzende gemeenten. Van de overgebleven inwoners zouden nu 5.400 inwoners naar Inden, Altdorf en Pier (60%!) moeten verhuizen. 60% van het nieuwe gemeentelijke grondgebied zou tussen 1972 en 2030 plaats moeten maken voor de dagbouw in Inden! De gemeente Inden, een van de kleinste gemeenten van Noordrijn-Westfalen, stond daarmee niet alleen tegenover een Goliath als exploitant van de dagbouw, maar moest ook gigantische taken volbrengen zonder dat er voor haar een „Lex Umsiedlung“ (hervestigingswet) werd opgesteld!
De stad Eschweiler kreeg met Weisweiler de gehele elektriciteitscentrale toegewezen. Het district Jülich werd opgeheven. Met het verdwijnen van het regeringsdistrict Aken werd het district Düren toegewezen aan het regeringsdistrict Keulen.
