Geuenich

Op de heuvelrug tussen Inden, Altdorf en Pattern lag ooit het kleine gehucht Geuenich. Van de 5e eeuw n.Chr. tot 4 oktober 1678 was de plaats continu bewoond. Op die dag brandden Franse troepen van de „Zonnekoning“ Lodewijk XIV langs de Rur en de Inde 18 dorpen plat. Daaronder bevond zich ook Geuenich, dat slechts uit drie boerderijen en de kerk bestond. De boerderijen werden niet meer herbouwd; de bewoners vluchtten naar Inden en vestigden zich daar.
De Sint-Remigiuskerk werd provisorisch hersteld; zij was immers vanaf de middeleeuwen tot 1804 de parochiekerk voor de dorpen Inden, Altdorf en Pattern. De pastoor werd aangesteld door het klooster van Wenau, dat tot 1804 eigenaar was van de kerk. In alle drie de plaatsen van de parochie waren eigen kapellen. Hierin werden echter alleen gebedsbijeenkomsten en weekdagmissen gehouden; zondagsmissen, doopsel, huwelijken en kerkelijke hoogfeesten vonden plaats in de moederkerk in Geuenich; voor de gelovigen betekende dit lange afstanden te gaan ongeacht het weer. De overledenen uit Altdorf werden begraven op het kerkhof bij de kerk van Geuenich, omdat er bij de dorpskapel geen plaats was; in Pattern en Inden vonden de begrafenissen plaats bij de kapellen midden in het dorp.

Uittreksel uit de kaartopname van de Rijnlanden van Tranchot en von Müffling 1803-1820, Blatt 78, Jülich

In 1804 werd de parochie Geuenich door de Franse bezettingsmacht opgeheven; Inden en Pattern werden zelfstandig, Altdorf bleef een deel van Inden. De kerkinventaris en de klokken werden naar Inden overgebracht. De kerk zelf bleef eenzaam op de heuvel staan en raakte in verval. In 1824 werd ze afgebroken.
In 1806 kregen de inwoners van Altdorf de langverwachte status van een eigen parochie. De inwoners van Inden weigerden echter iets van de inventaris van Geuenich af te staan, met name een klein beeldje van de patroonheilige Remigius. Zo ontstonden er heftige ruzies die uitmondden in een massale vechtpartij, die alleen door een militaire inzet van Franse soldaten kon worden beëindigd. Het langdurige geschil werd pas in 1817 definitief beslecht door de districtsbestuurder van het district Jülich: de bezittingen van de kerk van Geuenich werden op basis van het aantal katholieken verdeeld tussen Inden en Altdorf; de klokken gingen naar Altdorf.
Op de plek van de voormalige kerk van Geuenich werden in 1854 vier linden geplant en een kruis opgericht. In 1926 werd hier het monument voor de gesneuvelden uit Inden in de Eerste Wereldoorlog opgericht, dat in 1955 werd uitgebreid met de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

Plaats van de voormalige Geuenich kerk en herdenkingsplaats

Vanwege de naderende bruinkoolwinning in dagbouw werd het oorspronkelijke monument in Inden 1998 door de Kyffhäuser Kameradschaft Inden/Altdorf e.V. afgebroken en, uitgebreid met de namen van de oorlogsslachtoffers uit Altdorf, in nieuw Inden weer opgebouwd. Leden van de  Kyffhäuser Kameradschaft hebben tijdens de hervestiging van Altdorf en Inden bouwonderdelen en bouwmateriaal veiliggesteld. Daarmee hebben zij tot 2007 een mariakapel gebouwd. Meer hierover is te vinden in de kapel zelf.

Naar het overzicht Indemann HIER

Naar het overzicht Inden/Altdorf HIER