Herinnering aan Inden

In de omgeving van het dorp Inden en de nabije omgeving zijn een aantal Romeinse landgoederen en Frankische begraafplaatsen gevonden, die opmerkelijk waren vanwege hun aantal en deels ook vanwege hun omvang. Of hier sprake kan zijn van een ononderbroken bewoning, moet nog door verder onderzoek worden aangetoond. Sinds de hoge middeleeuwen bepalen de graven, en later de hertogen van Jülich, eeuwenlang het leven van de mensen. Inden, Altdorf en Kirchberg vormen een ‘Dingstoel’, een gerechtelijk arrondissement, waar schepenen uit de dorpen recht spreken en het civiele gemeenschapsleven beheren. Inden behoort samen met Altdorf en Pattern tot de parochie Geuenich, waar de moederkerk van het parochiedistrict staat. In Inden heeft het domkapittel van Keulen in 1220 een landgoed met een kapel.

Tussen 1568 en 1714 is het hertogdom Jülich herhaaldelijk doorgangsgebied voor vele verschillende  krijgsmachten. De omgeving van Jülich wordt in een wijde omtrek geplunderd, zowel door de eigen troepen als door de bezetters. Voor de plattelandsbevolking betekent dit: roof en plundering, moord en verkrachting. Met de hordes huurlingen komen niet alleen nood, ellende en honger,  maar ook epidemieën zoals dysenterie, de pest en cholera.

Met de inval van het Franse revolutionaire leger in 1794 zijn ook de dagen van het hertogdom Jülich geteld. Nu worden dingen mogelijk die tot dan toe ondenkbaar waren. Zo ook de opheffing van de parochie Geuenich. Pattern en Inden worden zelfstandige parochies, Altdorf niet. En dat leidt tot onenigheid. Meer hierover bij halte „S06 Geuenich“.

In 1799 telt Inden 706 inwoners. Onder Pruisisch bewind ontwikkelt het tot dan toe agrarische dorp zich in de 19e eeuw tot een landelijk economisch centrum van regionaal belang. De gereformeerden richten een eigen gemeente op, bouwen een kerk en bouwen een eigen school. Een arts en een apotheker vestigen zich, er komt een postkantoor in het dorp en  handel en ambachten bloeien op. De ligging op het kruispunt van de provinciale wegen Düren–Aldenhoven en Jülich-Eschweiler is een locatievoordeel. De dorpsstraten worden geplaveid en er worden bruggen gebouwd. De spoorlijn Stolberg-Jülich-Mönchengladbach wordt in 1873 aangelegd en blijft 110 jaar in bedrijf. Inden krijgt een station. De gevestigde industriële bedrijven breiden uit en er vestigen zich nieuwe, waardoor veel banen ontstaan. 1894-1897 wordt in plaats van de oude kapel een nieuwe, grotere katholieke kerk gebouwd, omdat het aantal inwoners is verdubbeld. Het kruis op deze plek is het hoge kruis van de voormalige begraafplaats aan de kerk van Inden.

In 1912 wordt een waterleiding gebouwd; in 1927 wordt de tramlijn Düren–Pier doorgetrokken tot aan Inden. Het „klooster“ van de Cellitinnen, met een ziekenhuis en kraamkliniek, een afdeling voor ouderenzorg en een kleuterschool, wordt in 1929 gebouwd.

De leuzen van de nationaalsocialisten vinden al vroeg in Inden fanatieke aanhangers. De Tweede Wereldoorlog, veroorzaakt door de grootheidswaanzin van het naziregime, eist een hoge tol aan mensenlevens. De gevechten tussen de Amerikaanse en Duitse troepen om de oversteekplaatsen over de Inde en de Rur in de herfst/winter van 1944/45 hebben grote delen van de regio in puin en as achtergelaten, zo ook Inden. Na een half jaar van evacuatie troffen de bewoners bij terugkeer in 1945 hun thuisstad zwaar verwoest aan. Tien jaar na het einde van de oorlog waren de verwoeste huizen weer opgebouwd en ontstonden er nieuwe woonwijken. De lokale industrie herstelde zich echter nooit meer. Vanaf 1955 konden de schoolkinderen naar de nieuwe basisschool, de „Parkschule“, gaan. Deze staat op het terrein van de villa van de joodse industrieel Walter Lichtenstein, die naar Zwitserland wist te vluchten.

De nieuwe elektriciteitscentrale van Weisweiler en de in 1956 begonnen werkzaamheden voor de ontginning van de „Tagebau Inden“ bieden werkgelegenheid op een tot dan toe ongekende schaal. Het inwoneraantal van Inden stijgt tot 2300.

In juni 1981 beginnen de eerste informatiebijeenkomsten over de hervestiging, die in 1991 van start gaat. Tegen 1999 hebben alle inwoners het dorp verlaten; de hervestiging is voltooid.

16 januari 1998, 12.00 uur. Een graafbak breekt de toren van de protestantse kerk in de Mühlenstraße af. Het „Klömpche“, zoals het in de volksmond liefkozend werd genoemd, bestaat niet meer.

28 juni 2000, 10.00 uur. De eerste slag van de sloopkogel tegen de toren van de katholieke kerk doet de toeschouwers huiveren.uz an diesem Standort ist das Hochkreuz vom ehemaligen Friedhof an der Indener Kirche.

Luchtfoto Inden van 02.11.1984

Naar het overzicht Indemann HIER

Naar het overzicht Inden/Altdorf HIER