Industrie en handel

Inden had, ondanks zijn agrarische structuur, een vrij groot aantal industriële bedrijven. Het zachte water, de drijvende kracht van de Inde, maar ook de Jülicher Börde als teeltgebied voor vlas en Linnen  waren essentieel voor de vestiging van de papierindustrie, lompensorteerbedrijven en de leerfabriek. Al in de 16e eeuw vestigden zich op de voormalige locaties van de molens,  papierfabrieken  in Lamersdorf en in Inden.

Papierfabrik Inden

Al in 1537 zou  op de plek van de papierfabriek in Inden een verfmolen hebben gestaan, waar blauwe kleurstof gemaakt werd  uit de wede. In de 18e eeuw sprak men op de plek niet van een wedemolen maar van een oliemolen, die de lokale koolzaad tot olie verwerkte. In 1763 werd deze omgebouwd tot een papiermolen. In 1816 kocht de eigenaar van de molen in Lamersdorf, Carl Heinrich Engels, de papiermolen en installeerde in 1863 de eerste papiermachine in het district Jülich; in datzelfde jaar nam hij de eerste stoommachine voor het drogen van het papier in gebruik.

 De eigendoms- en bezitsverhoudingen wisselden vaak. In 1921/22 nam het huidige wasmiddelenconcern Henkel (Düsseldorf), dat zijn oorsprong vond in Aken, de stro- en dekselfabriek over. Na aazienlijke verbouwingen en nieuwbouw produceerde het bedrijf daar vanaf 1923 zijn eigen verpakkingsmateriaal. In 1965 werd de productie omgeschakeld van stro naar oud papier. In 1981 zou de ongeveer 7 ha grote fabriek worden gesloten, maar het bedrijf „C. D. Haupt Papier- und Pappefabrik“, een familiebedrijf met hoofdzetel in Diemelstadt-Wrexen (district Waldeck-Frankenberg in Hessen), nam deze over.  In 1989 ging de fabriek over naar de Jefferson Smurfit Group (hoofdkantoor in Dublin/Ierland) onder de nieuwe naam „Smurfit PKI Inden“. De gemeente kon binnen haar grondgebied geen vervangende locatie voor de fabriek aanbieden. Het tijdschema van het bruinkoolplan werd gewijzigd, zodat de fabriek pas in 2030 hoefde te worden verplaatst. In 2002 daalde de omzet, het bedrijf werd gesloten, het laatste papier werd geproduceerd en de productie-installaties werden ontmanteld en verkocht. Het einde van een 200 jaar oude industriële geschiedenis.

In 1873 kreeg Inden een eigen spoorwegverbinding, die de bolwerken van de textielindustrie – de steden Mönchengladbach, Aken en Düren – met elkaar verbond. In het geografische middelpunt daarvan vestigden zich rond 1903/06 twee lompensorteerbedrijven in Inden (W. Heymann & Co.) en Pier (A. Heymann & Co.). Ze waren niet alleen toeleveranciers voor de papier- en textielfabrieken in de regio. Met elk 200 tot 300 medewerkers behoorden ze tot de grootste werkgevers en belastingbetalers van de gemeente Inden. De eigenaren waren joden; de bedrijven werden in 1938 ‘geariseerd’ en na de verwoesting in de Tweede Wereldoorlog niet meer herbouwd of weer in bedrijf genomen.

Molen Delahaye in Inden, graanmolen, later goederencentrum

Aan de molenvijver bij de Inde lag de Delahaye-molen, voorheen een moutfabriek, later een goederencentrum waar graan en landbouwproducten werden overgeslagen. Deze sloot haar deuren bij de hervestiging.

Lederfabrik Friedrich Wilhelms Laufs am Mühlenteich Inden; op de voorgrond van de Inde

In de buurt daarvan bevond zich de leerfabriek van Friedrich Wilhelm Lauffs, die zich rond 1880 als leerlooierij aan de molenvijver had gevestigd. De productie werd na de Tweede Wereldoorlog stopgezet. Begin jaren 90 was er nog een speelgoedmagazijn gevestigd in een deel van de grote hal. In het andere deel produceerde de Firma Inde Plastic GmbH. Rond 1995 verplaatste het bedrijf zijn productie naar het industriegebied Aldenhoven.

Door de hervestiging heeft de gemeente Inden geen van de traditionele industriële bedrijven meer.

Voor de bedrijven die door de hervesting werden getroffen, werd een apart bedrijventerrein van 3 ha aangewezen voor ongeveer 40 bedrijven, waar voornamelijk bouwbedrijven en ambachtelijke bedrijven met opslagruimtes zich konden vestigen. Vanwege de overlast (geluid, verkeer) was een vermenging met de bebouwing in Inden/Altdorf volgens de ruimtelijke ordeningswetgeving niet toegestaan. De in Inden en Pier gevestigde machinebouwbedrijven, zoals de firma H. Löwenkamp Maschinenbau GmbH (Pier), de firma B. Grobusch (Inden) en ook de timmerwerkplaats Schwieren (Inden), vestigden zich hier. De firma Gebr. Quast uit Pier verhuisde in het kader van de hervestiging naar Eschweiler.

Naar het overzicht Indemann HIER

Naar het overzicht Inden/Altdorf HIER